Mijn verhaal
Gezondheid terug
Ik heb nu weer energie voor tien en doe alles wat ik voorheen niet kon.
Haarlem, mei 2008
Mirjam Jansen-Kok
Leeftijd: 37 jaar
Startgewicht: 109 kilo
Streefgewicht: 60 kilo
Nu: 69 kilo
Begeleid door: Roos Zantkuyl
Onafhankelijk Cambridge consulent in Haarlem
Je merkt dat je kinderen trots op je zijn. De jongste zei al eens: “Ik wou dat ik die zakjes mocht”. Mijn oudste dochter komt tot de ontdekking dat ik inmiddels dezelfde kledingmaat heb als zij, maatje 38. Ik ben nu slanker, dan toen ik zelf een tiener was. Kinderen zijn zo lief. Als je dik bent, hebben ze het er niet over. De reactie komt pas als je bent afgevallen. Als ze nu foto’s zien van hoe ik vroeger was, zegt mijn dochter: “Mam, die armen zijn mijn bovenbenen.” En zo was het ook. Mijn dochter van tien vroeg laatst: “Mama, als we weer naar Italië gaan, ga je dan wél met ons zwemmen?”. Ik zat laatst met mijn jongste dochter van 1 op de grond te spelen. Ineens besefte ik me: “Hé, ik zit op de grond”. Dat heb ik bij mijn andere kinderen nooit gedaan. Omdat ik de grootste moeite had dan weer overeind te komen. Nu stond ik ongemerkt weer op. Ogenschijnlijk kleine dingen, maar wel dingen die je enorm happy maken.
Moeilijke momenten heb ik eigenlijk niet gekend. Ik heb zonder problemen appeltaart gebakken voor mijn gezin, terwijl ik zelf dol ben op appeltaart. Hele buffetten heb ik gemaakt voor bezoek. Het deed me niks, want ik had geen honger. Dat gat in je maag is weg! Natuurlijk kun je niet diëten zonder discipline. Uiteindelijk moet je het zelf doen. De grote kracht van dit dieet is het snelle, zichtbare resultaat. Dat motiveert enorm om door te gaan. Het stopt ook niet na tien kilo; je blijft ook daarna gewoon afvallen. Je verwacht een drempel, maar die komt niet. Het gemak en de snelheid waarmee je zoveel kilo’s kwijt raakt is bijna bizar. Ik kon het zelf bijna niet geloven. Het voelt als een inhaalrace. Bij alle andere diëten viel ik maximaal 20 kilo af, maar dan had ik nog steeds het gevoel dat ik dik was. Mijn laatste wanhopige stap was dat ik operatief een maagband wilde laten aanbrengen. Toen bleek dat je dan twee jaar lang niet zwanger mag worden, ben ik gaan nadenken. Ik wilde toch eerst nog een derde kind. Binnen twee weken was ik zwanger. Na de bevalling durfde ik niet meer. Ik had inmiddels, ook via forums op internet, teveel nare dingen gehoord over maagbanden. Ik merkte ook dat ik eigenlijk bang was voor de hele ziekenhuisopname. Toen belde er een vriendin. Zij ging het Cambridge dieet doen en zocht een maatje. Ik geloofde er niet erg in, maar door haar enthousiasme werd ik meegetrokken. De eerste twee weken waren voor mij de hel op aarde. Ik was misselijk en chagrijnig. Alle bijwerkingen die je maar kunt krijgen, had ik. Maar ik was wel in de eerste week al 4,5 kilo afgevallen. Daarna kwam ik in een overwinningsroes. Al na zes weken kon ik in de winkel alweer gewone confectiematen passen.
Het afvallen moet je zelf doen, maar de consulent is wel een goede stok achter de deur. Ik ga er altijd met een plezier naar toe, om de complimentjes in ontvangst te nemen. Ik maakte er zelfs een gewoonte van om thuis niet op de weegschaal te gaan staan, om verrast te worden bij de consulent. Daar zit een zeker spelelement in. De consulent weet uit eigen ervaring precies in welk schuitje je zit. Het is een eerlijk verhaal en een eerlijke relatie. Het draait bij Cambridge niet om verkooppraatjes. Daar zou ik ook nooit in zijn meegegaan. Juist al niet, omdat je jezelf al die tijd zo hebt besodemieterd. Dan zit je niet te wachten op iemand die dat nog eens dunnetjes overdoet.
Je leeft met overgewicht in een constante ontkenning. Hoe harder iemand riep dat ik iets aan mijn gewicht moest doen, hoe harder ik dat ging negeren. Mijn vader kon hele harde, confronterende grappen maken. Dan riep hij bijvoorbeeld: “Ja, zie daar maar eens met je dikke kont doorheen te komen”. Dat werkte bij mij volkomen averechts. Ik ging mijn overgewicht dan nog harder ontkennen. Mijn man had een andere aanpak. Die kon heel lief zeggen: “We moeten eens wat aan ons gewicht gaan doen, want ik krijg een buikje”. Maar hij wilde eigenlijk helemaal niks aan zijn buikje doen en dus gebeurde er vervolgens niets. Met vriendinnen onderling ging het net zo. Dan zeiden we tegen elkaar: “Wij zijn gewoon grof gebouwd; dat is ons door moeder natuur zo gegeven. Daar kun je niks aan doen.”. Ik geloofde dat ook echt. Pas nu ik ben afgevallen, zie ik dat ik eigenlijk helemaal geen grove bouw heb.
Ik droeg ook altijd verdoezelkleding. Lange gewaden. Liever in lappen lopen, dan je rollen laten zien. Je wordt immuun voor hoe je eruit ziet. Tenminste, zelf zag ik het niet meer. Ik had gewoonweg geen spiegels in huis.
Ik heb mezelf al die tijd gewoon voor de gek gehouden. Je past je aan aan de situatie. Als ik ging wandelen, droeg ik altijd lange onderbroeken, om geen last te krijgen van het schuren van mijn benen. Daarmee was het opgelost en ging je weer over tot de orde van de dag. Je bent voortdurend bezig met het bedenken van smoesjes en excuses. Voor de buitenwereld, maar ook voor jezelf. Op groepsfoto’s zorgde ik altijd dat ik zoveel mogelijk achteraan stond.
Met de kinderen naar het strand? Ik ging wel mee naar zee, maar het strand zocht ik niet op. Ik wilde mijn kleren kunnen aanhouden en ging dan op een terrasje zitten, onder het mom van “Hier zit mama lekker in de schaduw”. Je gaat niet in vol ornaat, met je kleren aan in het zand zitten. Mijn man ging dan met de kinderen het strand op. Ik geloof niet eens dat hij de kledingsmoes doorzag.
Ik merk dat ik een lichtend voorbeeld ben voor anderen. Mijn moeder, mijn broer en mijn nichtje zijn ook met dieet begonnen. Ik werk 1 dag in de week in een babyspeciaalzaak. Dan sta je de hele dag op je benen. Voorheen was dat altijd heel zwaar. Ik wist niet beter of dik zijn betekende dat je pijn had in je gewrichten. Ik had chronische last van mijn voeten en mijn knieën. Dat is allemaal over. Lopen krijgt ineens iets van zweven. Zo voelde dat echt: ik ging per week meer zweven, in plaats van mezelf voortslepen. Thuis zag ik er tegenop naar zolder te moeten lopen, om de kinderen naar bed te brengen. Dan was ik uitgeteld als ik boven aankwam. De was idem dito. Onze wasmachine staat boven. Ik ging daardoor heel onregelmatig wassen; pas als het echt niet anders meer kon. Nu heb ik energie voor tien. Mijn smaak is ook veranderd, je proeft alles weer helemaal puur. Ik kan weer genieten van een stukje tomaat of komkommer. Een salade die je vroeger achteloos naar binnen werkte, daar zou je toen echt niet lyrisch over gaan doen. Nu wel.
Oude kennissen, die mij lang niet hebben gezien, lopen me zo voorbij. Ook op het schoolplein, na een lange vakantie, zag je dat mensen in de war raakten. Dat kind had toch een heel andere moeder? Iemand dacht dat mijn zus mijn dochter voortaan naar school bracht. Goede vrienden van mijn ouders schrokken toen ze mijn man en mij binnen zagen komen. Die dachten dat mijn man het met een ander hield. Dat kan zelfs zo ver gaan dat ik al voorpret heb over wat er gaat gebeuren, als mensen mij heel lang niet hebben gezien. Ze herkennen je aanvankelijk niet meer. Komt ook omdat ik me heel anders ben gaan kleden. Ik durf me veel meer te laten zien.
Ik krijg enorm veel positieve reacties; dat geeft een enorme kick. “Wat knap, wat goed!”. Die spiegel moet ik mijzelf wel voorhouden: al die bewondering en complimentjes is een tijdopname. Straks is het voor je omgeving weer gewoon en normaal dat je zo bent. Het knapste moet voor mijn gevoel nog komen. Die laatste kilootjes krijg ik er wel af. Maar ik merk aan mezelf dat ik het opbouwen naar gewone voeding stiekem ook nog eventjes probeer uit te stellen. Nu helpt het dieet je, maar straks is het écht helemaal op eigen kracht vooruit. Er hangt een foto bij mijn bureau van toen ik 109 kilo woog. Daar hoef ik maar naar te kijken en ik weet: “Dit nooit meer!”. Dat zou ik een enorme nederlaag vinden. Op vakantie zij mijn man laatst bij wijze van grap: “Waarom zou ik jouw koffer dragen? Dat kun je makkelijk zelf. Je hebt jarenlang iedere dag twéé koffers aan extra gewicht met je meegesleept”.




